UNO begeleidt Cordaan bij implementatie: “Deze CRP-sneltest helpt artsen om sneller een gerichte behandelkeuze te maken”

Uit het UPCARE-onderzoek bleek dat het gebruik van de CRP point-of-care test ertoe leidt dat er minder antibiotica wordt voorgeschreven voor lage luchtweginfecties. Alle reden voor Cordaan om deze sneltest in te voeren. UNO Amsterdam begeleidde de driekoppige projectgroep bij de implementatie. Hoe verliep het traject? En wat zijn de lessen die ze met andere organisaties willen delen?

Samen met beleidsadviseur Marina Tol en manager behandelzaken Marjo Scheffer vormde specialist ouderengeneeskunde Jonathan Zijp de projectgroep. Hij en zijn artsenteam raakten na het UPCARE-onderzoek extra gemotiveerd om de CRP point-of-care test in te voeren.

Jonathan: “Doordat we minder antibiotica voorschrijven, voorkomen we niet alleen antibioticaresistentie, we werken ook kosteneffectiever. Verder verhogen we de kwaliteit voor de cliënt. In twee minuten heb je de uitslag. Die kun je dan direct meenemen in het gesprek.”

Voorbereiding
Bij de start van de implementatie van de CRP point-of-care test maakte het team gebruik van het UNO stappenplan. Marina: “We hebben onder meer de ervaringen opgehaald bij onze locaties die aan het UPCARE-onderzoek hebben deelgenomen. Wat hebben ze daarvan geleerd? Ook hebben we aan locaties die al gebruikmaken van de sneltest, gevraagd wat voor apparaat ze gebruiken. Verder hebben we contact gehad met een andere zorgorganisatie uit het netwerk van UNO Amsterdam die met de CRP point-of-care test werkt. Ze hebben ons tips gegeven over de medewerkers die je moet betrekken, en over de scholing die ze nodig hebben. Dat was waardevol.”

Bij het opstellen van het pakket van eisen van de CRP point-of-care testapparatuur betrokken de drie ook de ICT-afdeling. Jonathan: “We hadden vrij vlot door dat we een systeem wilden dat rechtstreeks met het ECD koppelt. Bij losstaande apparatuur moet je weer handwerk verrichten.” Met alle eisen op zak ging het team zelf op zoek naar een leverancier.

Hobbels in de weg
Marina: “We hadden echt te maken met de Wet van Murphy: we ontmoetten enthousiaste leveranciers, maar de een bleek geen ECD-koppeling te kunnen leveren, bij de ander ging de contactpersoon met pensioen en bij weer een ander gooide een fusie roet in het eten. In de tussentijd vertrok onze ICT-manager die alles van het project afwist. Het zorgde allemaal voor vertraging.”

Jonathan gaat verder: “Toen eind vorig jaar uiteindelijk het eerste apparaat was geplaatst, gaf de medewerker van de leverancier aan dat een ECD-koppeling niet mogelijk was. Gelukkig bleek dat een dag later vals alarm te zijn. Op een klein afrondingsverschil na – niet van invloed op de diagnosestelling – functioneert alles nu goed.”

Training medewerkers
Twee doktersassistenten zijn betrokken bij de uitrol van de werkwijze naar de andere locaties met een medisch secretariaat. Marina: “De doktersassistenten zijn hierbij in de lead, omdat zij zich in de bestaande situatie ook al bezighielden met bloedonderzoek.”

“Aanvankelijk zagen we nogal op tegen het opleiden van iedereen die met de CRP-sneltest gaat werken: krijg iedereen op één tijdstip maar eens bij elkaar. Gelukkig had de leverancier daar een oplossing voor. Via het train-de-trainerprincipe geven twee doktersassistenten hun kennis straks door aan de collega-doktersassistenten op de andere locaties.”

De train-de-trainerscholing valt onder het leasecontract dat Cordaan met de leverancier sloot. Dat geldt ook voor de kwaliteitscontrole. Jonathan: “Het dagelijks functioneren en ijken van de point-of-care testapparatuur is hiermee gewaarborgd. En is er wat aan de hand, dan kunnen we meteen contact opnemen met de leverancier.”

Support
UNO Amsterdam begeleidde Cordaan bij het implementatietraject. Dit traject was gericht op het leren met elkaar en van elkaar bij het implementeren. Marina: “Ze hebben veel van hun implementatiekennis met ons gedeeld. Het was de bedoeling dat je met andere organisaties die ook de CRP point-of-care test implementeren, optrekt en je ervaringen deelt. Dat viel in de praktijk tegen, omdat er maar weinig andere organisaties deelnamen.”

“Wat wel heel prettig was: met een implementatieadviseur achter je word je geprikkeld om na te denken over dingen waar je op dat moment niet over na wilt denken. Josien Wijffels, implementatieadviseur van UNO Amsterdam, bleef bijvoorbeeld doorvragen om ons doel helder te krijgen. Achteraf zijn we daar heel blij mee. Want als je zonder scherp doel begint, weet je ook niet wat je kunt meten.”

Omarming
Op de eerste Cordaan-locatie draaien ze inmiddels met de sneltest. Reacties van cliënten zijn er nauwelijks. “Die zijn inmiddels de snelheid van de covidtest gewend.” Bij de artsen werd de start van de nieuwe procedure goed ontvangen. Jonathan: “De test helpt ons om sneller en meer gericht een behandelkeuze te maken.”

“We zijn in de projectgroep weinig hobbels tegengekomen in de omarming van de nieuwe werkwijze. Dat komt denk ik ook, omdat we alle collegae tijdens de beleidsdagen telkens hebben meegenomen in de voortgang van het project. En,” zegt hij lachend, “door de vertraging heeft de nieuwe werkwijze bij hen ook wat langer in de week kunnen liggen.”

Enthousiasme
Inmiddels krijgen Marina en Jonathan ook van de overige locaties het verzoek tot CPR point-of-care apparatuur. Marina: “Dat enthousiasme is uiteraard mooi, maar we volgen vooralsnog ons plan om de apparatuur en procedures eerst op de hoofdlocaties met een medisch secretariaat te testen. Op basis van die ervaringen kunnen we onze werkwijze aanpassen en uitrollen naar de overige locaties.”

“Overigens is overal een apparaat neerzetten niet verstandig. Als dokters- of praktijkassistent moet je een bepaald ritme hebben om vaardig te blijven in de uitvoering. Met twee testen per week red je dat niet. Dus er moet wel genoeg aanbod zijn.”

Lessons learned
Ondanks de vertraging kijkt de projectgroep tevreden naar wat er is bereikt. Wat zijn hun lessen voor andere zorgorganisaties die ook met de CPR point-of-care test van start willen gaan? Marina: “Als ik zo terugkijk, hadden we ICT – en misschien ook Inkoop – er nauwer bij moeten betrekken. We hebben ze geïnformeerd, ons pakket met eisen gedeeld en aangegeven dat ze het wel horen als de apparatuur er is. Nu zeg ik: laat ICT en Inkoop rechtstreeks praten met de leverancier.”

“Voor de rest hadden we het qua financiën, motivatie en scholing prima voor elkaar. Ik was echt verrast door het gemak van die scholing en hoe goed dat train-de-trainerprincipe werkte. Twee doktersassistenten hebben in één dag dat trainerscertificaat behaald.”

Goede samenwerking
Jonathan sluit af: “Ik denk dat wat we nu hebben bereikt, ook ligt aan de goede samenwerking binnen de projectgroep. Ondanks de tegenslagen bleven we tegen de stroom inroeien en ja tegen elkaar zeggen.” Marina lacht: “Ja, we hebben heel flexibel projectmanagement bedreven… Mét resultaat!”