Wat als behandeling volgens ‘richtlijn Probleemgedrag bij mensen met dementie’ faalt?

Medicamenteuze behandeling van geagiteerd gedrag

 

Achtergrond

In het verpleeghuis komt probleemgedrag bij mensen met dementie regelmatig voor. De richtlijn ‘probleemgedrag bij mensen met dementie’ adviseert het gedrag goed te analyseren. Bij de behandeling heeft het de voorkeur om gedragsinterventies in te zetten en terughoudend te zijn met het voorschrijven van medicatie voor het gedrag (psychofarmaca).

In de praktijk komen specialisten ouderengeneeskunde regelmatig voor situaties te staan waarbij de stap naar psychofarmaca gezet moet worden omdat gedragsmatige interventies onvoldoende resultaat opleveren en het gedrag negatieve impact heeft op de kwaliteit van leven van de persoon met dementie en zijn naasten/omgeving.

Wetenschappelijk bewijs voor het effect van psychofarmaca bij de behandeling van probleemgedrag bij dementie is beperkt. Bij geagiteerd gedrag (boosheid, prikkelbaarheid) zijn er twee middelen die in de richtlijn worden aanbevolen. Als behandelaren niet uitkomen met geadviseerde middelen, kan gemotiveerd buiten de richtlijn worden voorgeschreven. Ondanks gebrek aan bewezen effectiviteit op groepsniveau is er ruime praktijkervaring dat met het buiten de richtlijn voorschrijven van psychofarmaca verbetering kan worden bereikt bij individuele patiënten.

Doel

Het doel van dit project is deze praktijkervaring systematisch te onderzoeken, om zo de behandeling van geagiteerd gedrag bij patiënten met dementie beter te onderbouwen. Het beoogde resultaat is inzicht in psychofarmaca die in de praktijk vaak buiten de richtlijn worden voorgeschreven voor geagiteerd gedrag en motieven om voor deze psychofarmaca te kiezen.

Methode

Het project bestaat uit vier onderdelen: (a) inventariseren welke psychofarmaca regelmatig buiten de richtlijn worden voorgeschreven voor geagiteerd gedrag (b) focusgroepen en interviews met experts naar redenen waarom voor deze psychofarmaca gekozen wordt, (c) aanvullend literatuuronderzoek naar het beschikbare wetenschappelijk bewijs voor deze psychofarmaca en (d) een expertmeeting om op basis van a tot en met c tot een advies te komen voor gebruik in de praktijk. Inzicht in het wetenschappelijk bewijs dat voor gebruik van deze psychofarmaca voor geagiteerd gedrag bij mensen met dementie bestaat.

Fase

Het project is gestart per 1 maart 2021 en goedgekeurd door de METC (niet-WMO). Resultaten worden eind 2021 verwacht.

Onderzoeker

Marlies Dijk, junior onderzoeker

Eefje Sizoo en Martin Smalbrugge, senior onderzoekers

Meer informatie?

Stuur s.v.p. een mail aan m.dijk5@amsterdamumc.nl  of e.sizoo@amsterdamumc.nl