In een verkennend onderzoek werd in het verpleeghuis Lisidunahof in Leusden van Beweging 3.0 onderzocht wat de fysieke activiteit en energie inname is van bewoners met dementie. Negen deelnemers die vaak wandelden op de gangen (gemiddelde leeftijd was 68 jaar) droegen hiertoe een week lang een beweegmeter en hun voedingsinname werd nauwkeurig bijgehouden.

Resultaten toonden dat deze bewoners aanzienlijke afstanden liepen, met dagelijkse gemiddelden variërend van 4,7 tot 20,5 kilometer. Twee deelnemers liepen gemiddeld meer dan 18 km per dag en de hoogst gemeten afstand was 24,3 kilometer in één dag. Bij vijf van de negen deelnemers was er een geschat tekort van meer dan 500 kcal per dag tussen de energie-inname en -verbruik.

Deze bevindingen suggereren dat sommige bewoners met dementie in verpleeghuizen aanzienlijke fysieke activiteit vertonen, maar mogelijk niet voldoen aan hun voedingsbehoeften. Deze resultaten wijzen op de noodzaak om zowel het wandelen als de voedingsinname van bewoners te monitoren en diëtisten op te nemen in het zorgteam om eventuele tekorten aan te pakken. Verder onderzoek is nodig om de langetermijneffecten te onderzoeken.

Het volledige artikel, in het Engels, is als ‘letter to the editor’ onlangs gepubliceerd in JAMDA en kun je hier lezen.

 

 

Dit jaar wordt op 31 oktober 2024 de SANO Wetenschapsdag ‘Veerkracht Verbindt: verbeeld je eigen toekomst in de zorg voor ouderen’ gehouden. De dag zal plaatsvinden bij het GAIA Zoo in Kerkrade van 10.00 – 15.00 uur. Het is dan ook mogelijk om een bezoek te brengen aan de dierentuin.

Zet de datum alvast in je agenda, de inschrijvingen openen binnenkort!

Samenwerking Hogeschool van Amsterdam en Amsterdam UMC leidt tot nieuw bijzonder lectoraat Kwaliteit van Ouderenzorg

Mensen worden steeds ouder. Vaak met meerdere chronische aandoeningen en langer in hun eigen woonomgeving. Door alle ontwikkelingen in de zorg zijn er geregeld diverse behandelmogelijkheden. Dit maakt het werk van zorgprofessionals in de ouderenzorg steeds complexer. Tegelijkertijd staan zij onder grote druk, vanwege de huidige arbeidskrapte. Hoe kunnen we zorgprofessionals optimaal ondersteunen, zodat zij ouderen de beste kwaliteit van zorg kunnen bieden? Hoe bereiden we studenten voor op de uitdagingen van de toekomst? En wat ís kwaliteit van zorg eigenlijk? Naar deze en andere vragen wordt onderzoek gedaan vanuit het nieuwe bijzonder lectoraat Kwaliteit van Ouderenzorg van de Hogeschool van Amsterdam (HvA).

‘We hebben te maken met een steeds groter wordende groep ouderen en een kleinere beroepsbevolking’, vertelt bijzonder lector Marjon van Rijn. ‘Dat zorgt voor grote uitdagingen in de ouderenzorg. ‘Hoe behouden we kwaliteit van ouderenzorg met relatief weinig menskracht? Welke zorg en behandeling kies je? En hoe zorg je ervoor dat je ouderen en naasten goed meeneemt in alle keuzes? Samen met de vernieuwingen die we op dit moment in de praktijk testen, vormt dit een behoorlijke uitdaging.’

Perspectief op kwaliteit

Marjon van Rijn is afgestudeerd Verpleegkundige en promoveerde op de FIT-studie; een onderzoek naar de effecten van multifactoriële zorg bij thuiswonende ouderen, gecoördineerd door een wijkverpleegkundige. Zij is nu senior-onderzoeker bij UNO Amsterdam (Universitair Netwerk Ouderenzorg) van de afdeling Ouderengeneeskunde van Amsterdam UMC. Daarnaast is ze hoofddocent onderzoek bij de opleiding Verpleegkunde van de HvA, themacoördinator voor het thema Intensieve Complexe Zorg van het Centre of Expertise Urban Vitality (CoE UV) én bijzonder lector van het lectoraat kwaliteit van Ouderenzorg. ‘Hoe het staat met de kwaliteit van onze ouderenzorg?’, vervolgt ze. ‘Dat hangt af van degene aan wie je het vraagt. Ouderen kunnen heel andere zaken belangrijk vinden, dan de dingen waar verpleegkundigen of verzekeraars zich als eerste op richten. Het is een grote uitdaging om iedereen tevreden te stellen. Verzekeraars kijken bijvoorbeeld naar de tijdsduur en kosten van een opname, terwijl ouderen kwaliteit afmeten aan de tijd en aandacht die er voor ze is om hun verhaal te vertellen. Voor verzorgenden en verpleegkundigen hangt kwaliteit in hoge mate samen met de tijdsdruk die zij ervaren om de zorg goed uit te kunnen voeren. Er bestaat dan ook een grote behoefte om samen te zoeken naar creatieve oplossingen. Een goede samenwerking is hierbij cruciaal. Als onderzoekers kunnen wij allerlei mooie oplossingen bedenken, maar professionals zien wat haalbaar is en werkt in de praktijk.’

Samenwerking vanuit leerwerkplaatsen

Vanuit het lectoraat richt Van Rijn zich daarom op een goede samenwerking tussen de beroepspraktijk, het onderwijs en onderzoek. ‘Dit doen we momenteel vanuit een tweetal prachtige, academische leerwerkplaatsen vanuit de HvA: De WijkKliniek van Cordaan en Amsterdam UMC in Amsterdam Zuidoost en geriatrische revalidatie Lindendael van Omring in Hoorn. De organisaties maken óók deel uit van het UNO Amsterdam-netwerk, gericht op de verbinding tussen wetenschappelijk onderzoek en de praktijk. Op beide locaties lopen studenten vanuit verschillende zorgopleidingen van het mbo en het hbo stage. Zowel binnen als buiten de muren van de organisaties, dus transmuraal. Ze leren van meet af aan interprofessioneel samen te werken en komen al tijdens hun studie in aanraking met wetenschappelijk onderzoek in de praktijk. Zo laten we zien dat onderzoek onderdeel uitmaakt van het werk als verpleegkundige of fysiotherapeut. In de leerwerkplaatsen betrekken we ook de werk- en stagebegeleiders. Zo ervaren óók beroepsprofessionals het belang van wetenschappelijk onderzoek in de praktijk.’

Onderzoek en onderwijs

In haar onderzoek richt Van Rijn zich de komende jaren op het optimaliseren van de verbinding tussen de curatieve en tijdig palliatieve zorg in de hele keten van ouderenzorg, het perspectief op kwaliteit en de rol van verpleegkundigen en verzorgenden. ‘Kortgezegd is curatieve zorg gericht op genezing en levensverlengend handelen, palliatieve zorg op kwaliteit van leven in de laatste levensfase. Hoe zorg je ervoor dat zorgprofessionals goed op de hoogte zijn van en optimaal samenwerken rondom de wensen en voorkeuren van ouderen in hun laatste levensfase? En welke rol heeft de verpleegkundige hierin? Niemand wil ongewenste zorg bieden die afbreuk doet aan de kwaliteit van leven en ook nog eens veel geld kost. Onlangs startten we bijvoorbeeld het onderzoeksproject Beter Laten Beter Doen.’

Alle onderzoeken vinden plaats vanuit een nauwe samenwerking tussen Amsterdam UMC en de HvA. Partners uit het UNO Amsterdam-netwerk en het lectoraat Geïntegreerde Complexe Zorg van de HvA spelen hierbij een belangrijke rol.

Recentelijk werd een nieuw landelijk opleidingsprofiel voor de opleiding HBO-Verpleegkunde gelanceerd. Op basis hiervan wordt het curriculum van de opleiding Verpleegkunde van de HvA de komende jaren geheel herzien. ‘Er komt meer keuzeruimte voor studenten, onderzoek krijgt een prominentere rol en we richten ons meer op preventie en het verstevigen van leiderschap en zeggenschap van verpleegkundigen in de praktijk.’

Verbindende factor

Van Rijn ziet zichzelf als de verbinder in het geheel. ‘Zowel tussen de HvA en Amsterdam UMC, als tussen de verschillende (docent)-onderzoekers die binnen mijn lectoraat actief zullen zijn.’

Voor de toekomst werkt ze aan meer inspirerende, academische leerwerkplaatsen, waar onderzoek in de ouderenzorg samenkomt met de praktijk. ‘Zodat studenten en professionals zien welke (carrière)kansen en mogelijkheden er zijn in de ouderenzorg. Ondertussen blijf ik luisteren naar ouderen, zodat zij de zorg krijgen die voor hen van belang is.’

Meer weten over haar benoeming tot bijzonder lector en wat dit precies inhoudt? Bekijk hier de video.