De organisatiestructuur van UNO Amsterdam is schematisch weergegeven in de afbeelding. Hieronder volgt een beschrijving van de verschillende onderdelen van deze organisatiestructuur.
Voor een grotere weergave van deze afbeelding, klikt u hier.
Elke UNO-zorgorganisatie heeft een eigen UNO-commissie. Deze commissie bestaat uit vijf tot tien mensen: verzorgenden, verpleegkundigen, artsen, behandelaars en managers. Zij vormen de schakel tussen UNO Amsterdam en de overige medewerkers van de zorgorganisatie. Een UNO-commissie draagt onderwerpen aan voor onderzoek en producten, op basis van wensen en behoeften binnen de eigen zorgorganisatie, en stimuleert de implementatie van verworven kennis in de dagelijkse praktijk. Een UNO-commissie komt minimaal vier keer per jaar samen.
Er zijn drie themagroepen binnen UNO Amsterdam. Elke themagroep bestaat uit één of twee voorzitters vanuit deelnemende zorgorganisaties, een UNO-coördinator, overige afgevaardigden vanuit aangesloten zorgorganisaties, en onderzoekers van het UNO Amsterdam-team die zich richten op het betreffende thema. Elke zorgorganisatie is bij tenminste één themagroep aangesloten. Elke themagroep komt ongeveer 5 keer per jaar bij elkaar en werkt aan doelstellingen en bijbehorende activiteiten op het gebied van kennisontwikkeling, kennisdeling of kennistoepassing.
Themagroep Goede zorg voor mensen met hersenaandoeningen
Themagroep Goede zorg voor revalidanten
Themagroep Kwaliteit van zorg
De stuurgroep coördineert het hele netwerk. Ze bestaat uit drie UNO-coördinatoren, het hoofd van UNO Amsterdam en zes themagroeptrekkers. De stuurgroep houdt het overzicht over lopende onderzoeken, onderwijs, deskundigheidsbevordering en patiëntenzorg. Daarnaast beslist de stuurgroep over overkoepelende zaken als het beleidsplan, jaarverslag, netwerkbijeenkomsten en initiatieven die niet binnen een themagroep vallen. De stuurgroep komt vier keer per jaar bijeen.
Eenmaal per jaar komen de bestuurders van alle UNO-zorgorganisaties bij elkaar. In dit bestuurdersoverleg zien ze toe op de koers en voortgang van het netwerk.
Om wetenschap en praktijk nog beter op elkaar te laten aansluiten heeft UNO Amsterdam inmiddels twee ontwikkelpraktijken: een ontwikkelpraktijk bestaat uit twee tot vier lid-organisaties die samen met een gepromoveerd onderzoeker onderzoek ontwikkelen en uitvoeren.
Elke ontwikkelpraktijk heeft een ontwikkel-adviesgroep. Deze bestaat uit een UNO-coördinator, ervaren onderzoekers, een science practitioner practitioner (zorgprofessional die zijn/haar werk combineert met het doen van promotie onderzoek) en de (ervaren) onderzoekers/medewerkers van de betrokken UNO-organisaties.
De collega’s uit de ontwikkel-adviesgroep fungeren als ambassadeurs van de ontwikkelpraktijk. Zij denken mee en adviseren over de uitwerking van inhoudelijke onderzoeksvoorstellen en werken aan het implementeren van de nieuwe kennis of resultaten verkregen uit de betreffende onderzoeken.
Ontwikkelpraktijk Geriatrische revalidatie
De ontwikkelpraktijk geriatrische revalidatie is een samenwerking tussen UNO Amsterdam, Zonnehuisgroep Amstelland, Vivium Naarderheem en GRZ plus (Zorgcirkel en Omring). Samen met betrokkenen vanuit deze organisaties werken we aan twee onderzoeksprojecten: 1) Kwaliteit van Geriatrische Revalidatie vanuit cliëntperspectief en 2) Ambulantisering Geriatrische Revalidatie.
Ontwikkelpraktijk Hersenaandoeningen
In deze ontwikkelpraktijk gaan we onderzoeken hoe we helpenden en verzorgenden zo goed mogelijk kunnen ondersteunen in het omgaan met probleemgedrag bij mensen met dementie in het verpleeghuis. Hiermee hopen we hun werk plezierig(er) te maken én hen te behouden voor de zorg voor mensen met dementie. De Ontwikkelpraktijk Probleemgedrag is een samenwerking tussen UNO Amsterdam, Atlant, Kennemerhart en Quarijn.