• Waar bent u naar op zoek?

NOA sectorplanproject: onderzoek naar doorontwikkeling van NOA voor thuiswonende ouderen met complexe multiproblematiek

Achtergrond

De nationale missie voor gezondheid en zorg is dat in 2040 alle Nederlanders ten minste vijf jaar langer leven in goede gezondheid en dat gezondheidsverschillen tussen de laagste en de hoogste sociaaleconomische groepen met 30% zijn afgenomen. Structurele preventie over de gehele levensloop is hierbij van belang. De afdeling Ouderengeneeskunde van Amsterdam UMC, heeft van de Nederlandse Federatie Universiteiten (NFU; tegenwoordig UMCNL) zogenaamde sectorplangelden ontvangen voor onderzoek naar preventie in de regio. Hiermee doen we onderzoek naar de doorontwikkeling van het Netwerk Ouderengeneeskunde Amsterdam eerstelijn (NOA) ten behoeve van thuiswonende ouderen met complexe multiproblematiek. In NOA werken specialisten ouderengeneeskunde vanuit zes Amsterdamse VVT organisaties in de eerste lijn samen met de huisarts

Doel

Het onderzoeken en implementeren van proactieve en preventieve interventies binnen het NOA.
Doelen hiervan zijn het voorkómen/verminderen van ziekenhuisbezoeken en overbehandeling , het uitstellen van verpleeghuisopname, het voorkomen van crises in de thuissituatie en het organiseren van de best passende zorg en behandeling aan huis in lijn met het Wonen Ondersteuning en Zorg voor Ouderen (WOZO) programma en het Integraal Zorg Akkoord (IZA) van VWS.

Methode

Door in gesprek te gaan met interne- en externe samenwerkingspartners van het NOA worden er voorstellen voor onderzoek en interventies geformuleerd. Tot nu toe zijn meerdere thema’s onderzocht/uitgevoerd met diverse onderzoeksmethodes, waaronder:

a) Beschrijving van de samenwerking tussen huisarts en specialist ouderengeneeskunde vanuit het NOA – in samenwerking met het project Beter thuis met huisarts en specialist ouderengeneeskunde; d.m.v. interviews met stakeholders, prospectief vervolgonderzoek bij patiënten en stakeholders, dossieronderzoek.

b) Het MDO wordt in de wijk gezien als hèt middel om op een efficiënte manier informatie uit te wisselen in een pro-actief, multidisciplinair werkend team. Er is een handreiking voor het organiseren van een MDO in samenwerking met het NOA opgesteld, waarbij verschillende Amsterdamse stakeholders betrokken zijn geweest. Het document is opgesteld op basis van literatuuronderzoek, bestaande handreikingen vanuit beroepsgroep Verenso, expert opinion en interviews.

c) Onderzoek naar tevredenheid over de NOA dienstverlening onder patiënten d.m.v. vragenlijstonderzoek (nulmeting 2024, herhaling 2026). Het verslag vindt u hier.

d) Beschrijving van zorg voor ouderen vanuit het Volledig Pakket Thuis (VPT) en verschillen met verpleeghuiszorg; d.m.v. literatuur en semi-gestructureerde projecten rond betrekken/ benaderen van thuiswonende ouderen met een migratieachtergrond:

e1) Ervaringen met screening van cognitieve vaardigheden bij thuiswonende ouderen met een migratieachtergrond; d.m.v. focusgroep en semi-gestructureerde interviews.

e2) In co-creatie ontwikkelen en evalueren van een digitaal hulpmiddel om leefstijl te bevorderen bij ouderen met een Marokkaanse migratieachtergrond; d.m.v. groepsgesprekken, interviews, vragenlijsten.

Resultaten

a) Er is een algemene beschrijving gemaakt van de samenwerking (GZSP), deze vindt u hier. Patiënten, mantelzorgers, huisartsen en specialisten ouderengeneeskunde waren heel tevreden over de samenwerking. De verwijzing naar de specialist ouderengeneeskunde leverde een besparing aan specialistische consultaties en ziekenhuiszorg op. Ook is er een beschrijving van de samenwerking gepubliceerd in Nurse Academy.

b) De handreiking voor MDO kan opgevraagd worden bij de onderzoekers en is een handzaam en volledig document dat de samenwerking tussen huisarts, specialisten ouderengeneeskunde en casemanager dementie op een constructieve manier faciliteert.

c) Verwijzing naar verslag volgt binnenkort.

d) Uit het onderzoek (2025) onder ouderen met complexe zorgvragen, cliënten en naasten die deze zorg ontvangen en andere betrokken zorgprofessionals (zoals de huisarts en casemanager dementie) bleek dat er veel praktijkvariatie is in de manier waarop VPT wordt aangeboden. Er leven vragen over welke zorg wél en welke zorg niet binnen het VPT geboden kan worden, en wanneer het niet meer veilig is voor de cliënt om thuis te blijven wonen. Samenwerking met meerdere disciplines is dan ook aanbevolen.

Resultaten zijn beschreven in:

d1) een leerartikel in Nurse Academy

d2) er is een internationaal artikel geschreven dat is aangeboden aan een tijdschrift.

e1) De naasten hadden positieve ervaringen met de cognitieve screening en huisartsen waren positief over de samenwerking met de specialisten ouderengeneeskunde van NOA. Er waren nog enkele suggesties voor verbeteringen m.b.t. informatie in de verwijzing en de communicatie tussen huisarts en specialist ouderengeneeskunde rond de screening van cognitieve vaardigheden . Het artikel is aangeboden aan een tijdschrift.

e2) Er is een digitale tool doorontwikkeld waarin gebruikerseisen waren meegenomen. Na een pilot van twee weken waarbij deelnemers de tool thuis konden gebruiken, waren de eerste bevindingen rond gebruikersgemak en meerwaarde overwegend negatief. Artikel is in voorbereiding.

Onderzoekers en projectleden

De projectleiding van deze studie ligt bij UNO Amsterdam (projectleider: prof. dr. Martin Smalbrugge). Het uitvoerend projectteam bestaat uit: dr. Franka Meiland (senior onderzoeker) en dr. Karolien Biesheuvel (senior onderzoeker).

Het project is onderdeel van het Amsterdam Prevention Network van Amsterdam UMC.