Evaluatiestudie testbeleid SARS-CoV-2

Achtergrond

Verpleeghuizen zijn onevenredig hard getroffen door COVID-19. Een besmetting van SARS-CoV-2 is moeilijk te herkennen bij bewoners of zij hebben moeite om hun klachten goed te verwoorden. Ook medewerkers vinden het lastig om symptomen bij zichzelf te herkennen. Daarnaast begrijpen bewoners met dementie vaak de infectiepreventiemaatregelen niet.

Late herkenning van SARS-CoV-2 besmettingen kan ervoor zorgen dat er een grote uitbraak ontstaat omdat er ongemerkt al veel verspreiding is geweest. Sinds 3 september is het advies om in geval van een uitbraak wekelijks bewoners en medewerkers van de kleinst afsluitbare eenheid te testen ongeacht symptomen. Hierdoor kunnen bewoners en medewerkers met SARS-Cov-2 snel gevonden worden en door isolatie een uitbraak snel ingedamd worden.

Doel

Onderzoeken hoe de implementatie van het nieuwe testbeleid is verlopen en wat het effect is op de duur en omvang van uitbraken van COVID-19 in verpleeghuizen.

Methode

Het onderzoek bestaat uit 3 onderdelen:

  1. Een digitale vragenlijst en telefonisch interview bij 25 verpleeghuizen waarbij gedetailleerde gegevens omtrent een uitbraak van SARS-CoV-2 (na 15 september) worden verzameld (tijdsinvestering 1 uur)
  2. Een korte vragenlijst over duur, omvang van uitbraken sinds 15 september en het gevoerde beleid omtrent PBM en testen bij zoveel mogelijk verpleeghuizen die een uitbraak hebben gehad. (tijdsinvestering 15 minuten)
  3. Focusgroepen met bestuurders en medewerkers van verpleeghuizen omtrent belemmerende en ondersteunende factoren van uitvoer van het nieuwe testbeleid (tijdsinvestering 2,5 uur)

Deelname betreft 1 of meerdere van de studie-onderdelen naar mogelijkheden van de zorgorganisatie.

Resultaten

117 verpleeghuizen met een uitbraak in de tweede golf hebben de vragenlijst ingevuld. Er zijn 24 interviews en 4 focusgroepen gehouden voor het bespreken van ondersteunende en belemmerende factoren voor het implementeren van het nieuwe testbeleid.

104 verpleeghuizen (89%) testte bewoners en 85 verpleeghuizen (73%) testte medewerkers van de kleinst afsluitbare eenheid ongeacht symptomen gedurende een uitbraak. In de interviews waar 26 uitbraken werden besproken, zagen wij op vier punten variatie in het nieuwe testbeleid beschreven:

  1. Dit beleid werd niet altijd bij een eerste positieve geteste bewoner ingezet, omdat het verpleeghuis dat nog niet zag als een uitbraak. Breder testen werd pas ingezet bij meerdere besmettingen op een afdeling of verspreiding van de uitbraak naar andere afdelingen.
  2. De frequentie van het hertesten tijdens de uitbraak verschilde sterk: tussen de 3 en 14 dagen.
  3. Soms werd gekozen om bewoners ongeacht klachten te testen en het personeel alleen bij klachten.
  4. Gedurende een uitbraak kon gewisseld worden van strategie (bijvoorbeeld eerst broncontactonderzoek en op basis van symptomen naar later een unit ongeacht symptomen) of frequentie van testen.

Deze variatie is gebaseerd op ondersteunende en belemmerende factoren voor de implementatie van dit nieuwe testbeleid. Belangrijke belemmerende factoren waren een missende samenwerking met GGD, lokaal ziekenhuis of laboratorium, (angst voor) personeelstekorten, het missen van een cohortafdeling of isolatiemogelijkheden, het aantal positieve testen in de eerste testronde en kenmerken van de bewoners.

Belangrijke ondersteunende factoren voor de implementatie van dit beleid waren ervaring met een eerdere uitbraak, de grote bereidheid van zorgmedewerkers om zich te laten testen en de ruime beschikbaarheid van PCR-testen.

Managers/bestuurders en specialisten ouderengeneeskunde speelde een cruciale rol in de implementatie van het beleid. Wanneer zij onvoldoende kennis hadden,  werden dubieuze veronderstellingen gedaan, zoals ‘alle bewoners worden toch positief’ en ‘er zijn vaak fout-negatieven bij testrondes.’ Dit leidden ertoe dat men de belasting van testen en cohorteren zwaarder vond wegen dan de mogelijke bescherming voor bewoners die nog geen positieve test hadden. Daarnaast speelde hun visie een belangrijke rol: Managers en SO die de urgentie voelden om ook de bewoners die negatief getest waren te beschermen, maakten eerder een afweging in het voordeel van veiligheid. De belasting van het herhaaldelijk testen werd zwaarder ingeschat voor PG-bewoners dan voor bewoners van revalidatie of somatiek afdelingen. Het mogelijke verlies van de kwaliteit van leven door testen en cohortering was een argument om het uitbraakbeleid niet in te voeren. Echter, verpleeghuizen die regelmatig bewoners op een PG-afdeling hadden getest, gaven aan dat het uitbraakbeleid goed uitvoerbaar is als het eigen personeel dit doet met een rustige benadering.

 Conclusie

Wekelijkst testen ongeacht symptomen van bewoners en medewerkers van de kleinst afsluitbare eenheid gedurende een uitbraak is grotendeels geïmplementeerd in de Nederlandse verpleeghuizen. Er werd echter wel veel praktijkvariatie gezien in de timing en de frequentie van dit testen.

Verpleeghuiszorg in Nederland richt zich sterk op welzijn en wonen van bewoners en probeert een zo normaal mogelijk woonomgeving te creëren. Dat is grote winst, maar er zit ook een keerzijde aan wanneer dit betekent dat de infectiepreventie en -bestrijding niet goed op orde zijn in het verpleeghuis. Het ontbreekt op dit punt in het veld aan een visie die welzijn en kwaliteit van leven weet te verbinden met het belang van deskundig verpleegkundig en medisch handelen op het gebied van preventie en bestrijding van infecties. Te vaak nog staan veiligheid en kwaliteit van leven tegenover elkaar, als zou goede aandacht voor hygiëne en infectiepreventie ten koste gaan van welzijn. Dat is een valse tegenstelling. Want wanneer uitbraken van infectieziekten kunnen worden voorkomen, dan wel snel worden bestreden, door het treffen van de juiste medische maatregelen dan komt dat ook ten goede aan het welzijn en de kwaliteit van leven van bewoners.

De volledige aanbevelingen zijn te lezen in ons onderzoeksrapport.

Onderzoeker

Judith van den Besselaar

Meer informatie of aanmelden:

Stuur s.v.p. een mail aan evaluatiestudie-testbeleidvph@amsterdamumc.nl