In Beweging

Achtergrond

Ouderen in woonzorgcentra bewegen structureel te weinig. Om hier verandering in te brengen wordt van alle verpleeghuizen verwacht dat ze de ‘beweegnorm voor ouderen in verpleeg- en verzorgingshuizen’ invoeren voor hun bewoners. Maar hoe krijg je dat voor elkaar? En wat levert het de bewoner eigenlijk op? Deze vragen stelden de fysiotherapeuten van Beweging 3.0 zichzelf in het voorjaar van 2013. Ze ontwikkelden een beweegprogramma waarbinnen bewoners van de psychogeriatrische afdeling vijfmaal per week een half uur in een groep matig intensief trainden, onder leiding van een fysiotherapeut.

Van de zeven bewoners die deelnamen aan de beweeggroep daalde het totaal aantal valincidenten van 28 naar 3. Het uithoudingsvermogen (gemeten met de 6 minuten wandeltest) verbeterde van gemiddeld 73 naar 111 meter.

Doel

Vaststellen of bij implementatie van dit beweegprogramma in andere organisaties 1) het effect van het beweegprogramma overal zo groot was als bij Beweging 3.0. en 2) of het beweegprogramma uitvoerbaar was.

Methode

Het programma werd ingevoerd op 15 afdelingen van verpleeghuizen uit het UNO-VUmc, gericht op mensen die gevallen waren in de twee maanden voorafgaand aan het project.  Er werd gebruik gemaakt van een pre- posttest design. Het effect van het beweegprogramma werd gemeten door het aantal valincidenten te meten (gemiddelde over 2 maanden, vastgesteld aan de hand van de MIC-rapportage) en het uithoudingsvermogen (6 minuten wandeltest).  De uitvoerbaarheid van het beweegprogramma werd onderzocht door gegevens over aanwezigheid bij te houden en door een vragenlijst in te vullen na afloop van het project.

Resultaten

Er deden 100 deelnemers mee aan de beweeginterventie, waarvan 63 ‘vallers’. Het totaal aantal valincidenten van deze ‘vallers’ nam af tijdens de interventie (van 67 per maand naar 25 vallen). Na afloop van het project steeg het aantal vallen naar 43 per maand. Het uithoudingsvermogen van de ‘vallers’ nam toe. De gelopen afstand op de 6 minuten wandeltest steeg van 149 meter naar 190 meter. Er werd geen relatie gevonden tussen de verandering in het aantal valincidenten en de verandering in uithoudingsvermogen.

De deelnemers deden gemiddeld 3,5 keer per week mee aan de beweeggroep in plaats van de beoogde 5 keer per week. Dit kwam deels door organisatorische oorzaken (geen begeleiders voor de groep, NORO-virus waardoor de groep minder dan 5x per week kon plaatsvinden) en deels doordat de cliënt zelf niet alle keren aan de beweeggroep kon of wilde deelnemen tgv ziekte, bezoek of gebrek aan motivatie.

Het organiseren van de beweeginterventie kost veel tijd. Opvallend waren de grote verschillen hierin tussen deelnemende organisaties: Het voorbereiden en uitvoeren van het project gedurende twee maanden kostte tussen 58 en 211 uur per afdeling.

Conclusie

Een matig intensief oefenprogramma leidde tot een significante afname in aantal valincidenten en een significante toename in uithoudingsvermogen in een studie zonder controlegroep.

Onderzoeker

Terrie Hogeveen samen met UNO-coördinatoren